Asfalteczeem

Afgelopen weekend was voor mij weer een eerste. De eerste keer dat ik asfalteczeem opliep door een valpartij in de finale van een koers. Niet helemaal zoals het hoort te gaan, maar wat een prachtig woord 'asfalteczeem'! En zo was de inspiratie voor mijn tweede column geboren. Ik twijfelde nog even of ik nog weg kon komen met een semi-wielren column, zo met het nieuwe marathonseizoen voor de deur. Maar aangezien Moeder Natuur ook de zomer nog in de bol heeft denk ik dat het nog wel een keertje kan.

Binnen de sport bestaat er prachtige vakjargon, die de soms wat duistere of pijnlijke werkelijke betekenis verbloemt. En het afgelopen jaar heb ik heel wat mooie woorden bijgeleerd. Als een wielrenner bijvoorbeeld zegt "het was een heel selectief parcours" dan bedoelt hij waarschijnlijk: "slechts een paar coureurs konden goed op dit parcours rijden, en ik was er niet één van". Nu hoor je een schaatser nooit zeggen: het parcours lag mij niet, zo na elke 100 meter een bocht linksom. Vandaar dat wij ons heil waarschijnlijk zoeken in het eindeloos beoordelen van het ijs. Het ijs was glad, stroef, een golfslagbad.

Ook welbekend binnen het wielrennen is de Wieltjeszuiger. De Wieltjeszuiger is de meest verachte persoon in het peloton. De Wieltjeszuiger zal zijn gezicht nooit laten zien, maar hij is nooit ver weg. De gehele koers zul je zijn hijgen horen in je linker- of wel rechteroor, het teken dat de Wieltjeszuiger zich op een oncomfortabel dichtbije afstand van je achterwiel bevindt. Een prachtige term, die ook Joop Zoetemelk kreeg toegewezen. Nu is Zoetemelk van voor mijn tijd, en kan ik niet verifiëren of hij daadwerkelijk een Wieltjeszuiger was of niet. Toch was hij, naast Wieltjeszuiger, ook één van de meest succesvolle coureurs van de Vaderlandsche wielergeschiedenis. Hét bewijs dat Wieltjeszuigen daadwerkelijk dus veel successen kan opleveren, met alle toorn van je tegenstanders voor lief nemend natuurlijk. Nu kennen we allemaal wel Wieltjeszuigers binnen het schaatspeloton, en het lijkt mij het dan ook prachtig als we een mooi synoniem kunnen bedenken voor de Wieltjeszuiger op het ijs. IJsbijter, Schaatsluis...?

Driekwart van de mooiste wielertermen komt van onze zuiderburen, die een enorm rijke wielercultuur ademen en letterlijk altijd goesting hebben om op de fiets te stappen. Het Belgen-quotum in het schaatspeloton is helaas niet bepaald hoog. Wat zou het toch mooi zijn, als er naast de gebroeders Swings eens een half Vlaams peloton aan de start zou staan! En er ineens een Vlaams praatprogramma zou ontstaan genaamd Vive le Patin, waarin wekelijks de marathonwedstrijden verslagen worden in de prachtige Vlaamse taal.

Gelukkig weten wijzelf ook woorden te vinden om het schaatsen poëtisch te omschrijven. Sporadisch hoorde ik bij de NOS eens Paulien van Deutekom het volgende spreekwoord gebruiken: "Pietje zat duidelijk op het vinkentouw". Wat zoiets betekent als: ongeduldig zitten wachten tot je je beslissende slag kan slaan. Dat is nou een mooi spreekwoord voor de marathonsport! Want wie heeft het nou niet ervaren, die gepijnigde afweging: "zal ik gaan, of moet ik nog even wachten? wat is het goede moment?"

En als er een stevige natuurijsperiode aanbreekt, dan is het helemaal feest. Windwakken, ijstransplantaties, klunen en zwart ijs. Erben is dan vaste tafelgast bij DWDD en als het dan tussen het lullen over natuurijs door reclame is, vliegen de Unox worsten je om de oren. Als ik dit zo zit te typen, kan ik ondanks de tropische temperaturen maar denken aan één ding. De ultieme zin die je als marathonschaatser ooit in je carriere hoopt te horen: "it giet oan". En met deze zin sluit ik graag deze column over sportjargon af!

Jessica Merkens

Deze column is geschreven door Jessica Merkens.

De rijdster uit Langbroek maakt deel uit van Team Mastermind en komt uit in de Top divisie. Tijdens dit seizoen zal zij om de paar weken een stukje schrijven in deze rubriek.